Verlichting

De verlichting was niet meer zo best… Er moesten lichtmasten komen. Maar ja, wie zal dat betalen? Boven de gemeente Deil hingen donkere wolken. De herindeling kondigde zich aan. Toch vroeg men maar weer subsidie aan en warempel, waarnemend burgemeester Verberk en de wethouders beslisten welwillend op dit verzoek.
Nu moest men aan het werk Voor een bepaalde datum moest de prijsopgaaf binnen zijn bij B. & W. De firma Wakkermans uit Beesd werd er bij gehaald. Die maakte een schets hoe dat allemaal zou moeten komen. Er kwam zelfs nog een expert van Philips aan te pas. De begroting was maar liefst fl. 2.300,-, met deze rekening ging men naar de vroede vaderen in het gemeentehuis.
En men kreeg het voor elkaar, dat de gemeente 90 % zou betalen. Een nieuw probleem diende zich aan bij het bestuur. In de populieren langs de baan zaten boktorren, dus rooien die bomen. Dus het windscherm was weer verdwenen. Men trok weer de stoute schoenen aan en ging bij de gemeente subsidie vragen. “Wat zijn jullie lastig”, werd er gezegd. ““Jullie krijgen nog een keer fl. 2.500,- en dan geen gezanik meer”, sprak de toenmalige eerste burger van Deil. “In orde burgemeester, wij gaan er mee akkoord”, zeiden de bestuursleden van “De Haar”.


Wachten in de mist
Nadat alles voor elkaar was, hoefde men alleen nog maar te wachten op vorst. Maar Koning Winter liet verstek gaan. Toch moest het licht een keer uitgeprobeerd worden. Men sprak af om klokslag acht uur proef te draaien. Het werd echter bijna negen uur, maar ja, zo nauw moet jet ook niet nemen. Wel stond het bestuur te blauwbekken
aan de ijsbaan. Eindelijk zagen ze in de verte een lichtpuntje naderen.
Dhr. Wakkermans meldde zich. De lichten werden ontstoken. Maar alles werkte nog niet zo best. Het licht ging steeds feller branden en de mist werd die avond steeds dichter. Geen dertig meter zicht.
Bezwaren werden geuit. Het licht was nog slechter dan de straatverlichting zeiden sommigen. Men deed het licht uit en is maar naar huis gegaan.
Een heel jaar moest men wachten tot men de verlichting weer uit kon proberen. Het jaar daarop wilde het gelukkig wel vriezen. Men maakte opnieuw een afspraak met de heer Wakkermans. Het bestuur was tot de tanden gewapend, want het licht moest goed komen. Met zijn allen ging men het ijs op. Gevaarlijke kraakgeluiden deden dhr. Wakkermans vragen of hij er niet door zou zakken. Dhr Van Mourik sprak toen de legendarische woorden: “Als je een gerust geweten hebt niet, anders
wel”. Na veel vijven en zessen kwam het toch nog goed met de verlichting.
Men kwam overeen een extra schijnwerper te monteren. De mopperende secretaris kreeg zijn zin. Wakkermans is nooit door het ijs gezakt, dus met zijn geweten zat het goed. Nu is men in Enspijk wat trots op de verlichting van de ijsbaan, aldus de verteller.