Vroeger

IJsclub “De Haar” door de jaren heen

Toen de eerste wereldoorlog net verleden tijd was, richtte een aantal schaatsliefhebbers een ijsclub op.

De eerste jaren werd er op de Linge geschaatst, als het vroor tenminste. Gevaarlijk natuurlijk en een extra verantwoordelijkheid voor het toen zittend bestuur. Op een baan op de Linge werd de kunst van het ringrijden druk beoefend. De mensen kennen deze vorm van ijspret niet meer. Een dame en een heer legden een parcours af en probeerden met een stok zoveel mogelijk ringen mee te nemen naar de finish. In sommige delen van het land wordt er nog wel eens een wedstrijd ringrijden georganiseerd met paard
en wagen, maar op ijs is deze sport zo goed als uitgestorven.

In 1929 verongelukten tijdens de strenge winter een tweetal Beesdse kinderen tijdens het schaatsen op de ijsbaan op de Linge. Toen werd er een elektrische pomp gekocht, die er voor zorgde dat men op het weiland “de Haar” veilig kon schaatsen.
Geld was er niet, maar gelukkig stelde 20 mensen zich hiervoor garant. “Tegenwoordig klopt men bij de gemeente aan, maar dat was in die tijd nog niet”, aldus dhr. Van Mourik.

In het seizoen 1930-1931 telde ijsclub “De Haar” 116 leden. Het eerste jaar dat het gemaaltje er stond, vroor het 20 tot 24 graden. Wat was dat een winter. Het was uniek om een elektrisch gemaal te hebben, maar in de beginjaren hadden ze daarvan in Enspijk nog niet zoveel profijt.


Het zou tot 1940 duren voordat er weer een echt strenge winter kwam. Toch waren toen de problemen eigenlijk al begonnen, omdat met de aanleg van de A2 in 1934 het grondwaterpeil flink gezakt was.In de oorlog 40-45 moesten de bomen, die voor beschutting zorgden weg. Maar zodra de Duitsers hun hielen
hadden gelicht, werden er weer wilgen en elzen geplant.
Later zorgden de S105 en de ruilverkaveling ervoor dat het grondwaterpeil meer dan een halve meter zakte. “De Haar” raakte hoe langer hoe meer aangewezen op de witte molen “De Vlinder” die het water door de Beemdstraat naar de ijsbaan pompte.
In 1969 bleek het houten gebouwtje totaal versleten. Ook was het te klein. Er werd besloten een nieuw te plaatsen.
De heer Van der Zalm uit Enspijk maakte een tekening, naar de financiële draagkracht van de vereniging. De tekening werd echter afgekeurd. Na enkele wijzigingen kreeg men in Enspijk groen licht. Wel was het plan duurder geworden, maar toch besloot men te bouwen, van hout. De kosten waren hoger dan fl. 1.500,- Men ging subsidie aanvragen. De tijden veranderen nietwaar? Zo gezegd, zo gedaan. Nu was dat vroeger bij de gemeente Deil heel anders. Iedereen kende iedereen.
Dus de wethouders werden nog wel een gepolst: “Wat denkt u, zal het aangenomen worden”, werd er dan gevraagd. In eerste instantie werd het goedgekeurd door de raad, dus u begrijpt; wij in de knollentuin. Maar, vervolgde de spreker, “toen kwam de domper”. De gemeente had geen geld, dus kwam er geen subsidie.
Met kunst en vliegwerk zijn toen de benodigde centen op tafel gekomen. Er was echter nog een probleem, namelijk de aanvoer van water. Wat was het geval. Toen de ruilverkaveling gereed was, zakte het waterpeil flink. Voor de één een voordeel, maar voor de ijsbaan een nadeel. Nu beschikten wij echter wel over een puls, zo legde de heer Van Mourik uit, maar dat water uit de grond is 4 à 5 graden boven nul. Als er dan ijs ligt en je pompt dan “warm” water onder het ijs, dan ontstaat er na verloop van een dag een groot wak. Dus als er water nodig was, werd het eerst in een sloot gepompt. Daar kon het water afkoelen. Spreker zwaaide het polderdistrict in dit verband alle lof toe, want De Haar ondervond veel hulp van de polder.